Wanneer is een transitievergoeding niet verplicht?

De werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen als:

  • Het contract met wederzijds goedvinden is beëindigd;
  • De werknemer is ontslagen omdat hij ernstig verwijtbaar handelde of ernstig verwijtbaar nalatig was – tenzij de kantonrechter anders beslist;
  • De werknemer die is ontslagen nog geen 18 jaar is en gemiddeld maximaal 12 uur per week werkte;
  • De werknemer ontslagen is omdat hij de AOW-gerechtigde of andere pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • Het bedrijf failliet is gegaan;
  • De werkgever in de schuldsanering terecht is gekomen. Dit geldt ook als de rechtbank de werkgever surseance van betaling (uitstel van betaling) heeft verleend, omdat hij de schulden niet kan betalen;
  • Bij cao een andere voorziening is afgesproken. Bij cao kan vanaf 1 januari 2020 (ten nadele van de werknemer) worden afgeweken van de transitievergoeding, en is meer maatwerk mogelijk. Wel moet de cao voorzien in een redelijke financiële vergoeding of in voorzieningen die de kans op nieuw werk vergroten. Alleen bij ontslag om bedrijfseconomische redenen bij cao worden afgeweken van de transitievergoeding;
  • De werknemer vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijk contract een volgend tijdelijk contract is aangegaan met de werkgever.

Download het SamenWerkt informatiepakket en lees wat de coöperatie voor jou kan betekenen als uitzender, detacheerder of payroller.